Home
Woordverklaring
Concreet
Soorten
Tips voor ouders
Tips voor scholieren
Tips voor scholen
Links
Downloads
Nieuws
Contact
 

Hieronder vindt u publicaties van het Departement Onderwijs.

Evaluatierapporten van de Afdeling Beleidsuitvoering Secundaire scholen

Schooljaar 01-02
Schooljaar 02-03
Schooljaar 03-04
Schooljaar 04-05
Schooljaar 05-06
Schooljaar 06-07
Folder Spijbelen uit "Klasse"
Spijbelactieplan
Bladwijzer voor artsen
Wetgeving

De pluim steken, vlinders vangen en spibelen. Ongeoorloofd schoolverzuim rond 1850"*

door A. de Jager, 1991

Een deel van de benamingen die het schoolverzuim van kinderen, zonder medeweten van ouders of meesters, draagt, is ontleend aan het verschuilen of zich ophouden achter een haag of hegge, in een tuin of bosje. Dat vroeger in onze taal de bijvoeging van haag zeer gewoon was bij zaken, die buitenaf of in het verborgene geschiedden, en bij personen, die ze daar verrichtten, is bekend.

Zo was een haagpoorter iemand, die buiten de stad woonde; een haagprediker de leraar die, kort na de reformatie, buiten de steden het evangelie verkondigde. Het schoolverzuim zelf heet, met zegswijzen die iedereen meteen begrijpt: achter de haag lopen, om de bosjes lopen, elders gewoon tuintje lopen, haagje schuilen.

Met de tot nu toe besproken benamingen komt het Franse 'buissonnier' en 'faire I'école buissonnière' overeen. Het adjectief 'buissonnier' wordt gebruikt voor iemand, die uit luiheid zich achter heggen of struiken verstopt, in plaats van zijn werk te doen; en 'faire I'école buissonnière' is een spreekwoordelijk gezegde voor lopen spelen in plaats van naar school te gaan.

Onder de uitdrukkingen heeft men verder nog: zich versteken of verschuilen, zonder nadere aanduiding van de plaats waar men zich ophoudt. Zo heeft men in het Duitse dialect van Osnabrück voor schoolverzuimen 'schulken', hetzelfde als ons 'schuilen'. Het is scholieren er niet altijd om te doen, hun verzuim voor anderen verborgen te houden.

Er zijn tal van zegswijzen die laten uitkomen dat zij niets lopen te doen ofwel zo vrijmoedig zijn dat zij iets gaan uithalen. Wat het eerste betreft: in Duitsland zegt men 'die Schule verlaufen' en 'hinter die Schule laufen'; In de omgeving van Groningen zegt men 'platlopen' of 'lanterfanten'. Dat laatste werkwoord komt overeen met slierten dat rondlopen betekent maar daarnaast ook de school verwaarlozen en landlopen. Bij onze overzeese buren staat het schoolverzuim van kinderen bekend onder de benaming 'to play the truant', dat is de landloper spelen. Bij uitdrukkingen die laten uitkomen dat de scholier die verzuimt, zich met aangename zaken bezighoudt, denkt men aan de zegswijze kraampjes lopen. Zij geeft duidelijk te kennen: langs de kramen slenteren.Ofschoon het woord spijbelen heel sumier in de woordenboeken(1) beschreven wordt, is het in de onderwijswereld tamelijk bekend.

Soms luidt de uitdrukking een spijbeltje leggen. Over de oorsprong en eigenlijke betekenis van spijbelen kon voorlopig niemand een aannemelijke verklaring verschaffen.

Ook in naslagwerken vindt men geen spoor. Wel in Zuid-Holland bezigt men 'spibelen' voor heen en weer drentelen, in het bijzonder van kinderen. "Jongen! Spibel niet zo!", is aldaar een normale uitdrukking tegen een knaap die door zijn op- en neerlopen hinderlijk is. Het behoeft nauwelijks uitleg dat ook deze benaming gemakkelijk kan zijn overgenomen om de lanterfantende scholier mee aan te duiden.(1) In Vandale staat Spijbelen (1762) - herkomst onbekend. Heimelijk de school verzuimen (scherts.) van een verplichte vergadering of bijeenkomst wegblijven*

Dit artikel verscheen oorspronkelijk onder de titel "Over de verschillende benamingen van het heimelijk schoolverzuim der leerlingen" in Archief voor Nederlandsche Taalkundejaargang 1, Amsterdam 1847:185 204. De auteur, A. de Jager, was een bekend onderwijzer, later leraar Nederlands aan de hbs, in Rotterdam. Via oproepen in de onderwijzersweekbladen De Schoolbode en De Wekker verzamelde hij de gegevens voor dit verhaal. Het is hier ingekort en vrij bewerkt in hedendaags Nederlands. (BVdD)